Terug
Varkens GezondheidsTeam Zuid
(013) 528 35 35
Bedrijf onder de loep
Geboortediarree bij biggen
Deze maand in deze rubriek 'het probleem van biggen met geboortediarree' door dierenarts Frank Donders.
Lees verder...
Lees verder...
VGTZ aan het werk

Het varkensbedrijf

De agrosector is één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De varkenshouderij speelt hierin een aanzienlijke rol en dat is eigenlijk altijd zo geweest. Desondanks weten de meeste mensen weinig over de hedendaagse veehouderij en alles wat er bij komt kijken.

Om dierziekten buiten de deur te houden is een goede hygiëne op varkensbedrijven noodzakelijk. Om hun varkens gezond te houden nemen varkenshouders tegenwoordig strenge maatregelen. Zo is een bedrijfsbezoek alleen mogelijk met beschermende kleding van het bedrijf. Ook douchen hoort bij steeds meer varkensbedrijven tot de standaard handelingen voor bezoekers. Bij de ingang van het bedrijf is daarvoor een zogeheten hygiënesluis aanwezig waar bezoekers zich kunnen wassen en omkleden.

Schoon
Ook op het bedrijf gaan varkenshouders netjes te werk. Zo reinigen en ontsmetten ze alle lege hokken voordat er nieuwe varkens in komen. Veel zeugenhouders wassen hun zeugen met groene zeep en water. Dit doen ze vlak voordat zeugen in het kraamhok worden geplaatst om nieuwe biggen te werpen. Zo komen de pasgeboren biggen in een schone omgeving ter wereld.

Voeren zeugenhouders vreemde fokvarkens aan, dan gaan deze vaak een tijdje in aparte ruimtes. Zo wennen de dieren rustig aan het bedrijf. Deze werkwijze beperkt bovendien de overdracht van ziektekiemen.

Het koelen van dode varkens (kadavers) draagt ook bij aan het verbeteren van de bedrijfshygiëne. Veel varkenshouders bewaren de kadavers in een koeling bij circa 7oC. Dit voorkomt verspreiding van onaangename geuren en de vorming van bacteriën totdat deze eens per week door de destructor worden opgehaald.

Verantwoordelijkheid voor kwaliteit
Het werk op een varkenshouderij staat onder continue controle van verschillende organisaties en instanties, zoals de Gezondheidsdienst voor Dieren, de dierenarts en de Algemene Inspectie Dienst. Varkenshouders die meedoen aan kwaliteitssystemen, zoals IKB en Good Farming, worden ook op die eisen gecontroleerd. Dit komt bovenop het professioneel en verantwoord ondernemen van de varkenshouder zelf en vormt gezamenlijk een prima garantie voor kwaliteit. Kwaliteit van zowel het productieproces als voor het eindproduct. En daar heeft de consument recht op.

De sector
De varkenssector kan met recht een dynamische sector worden genoemd. Na een snelle groei is de sector de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. Hierbij zijn de steeds strengere eisen aan voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu in de bedrijfsvoering ingepast. De snelle uitbreiding in de varkenshouderij vond vooral plaats in de jaren zeventig en tachtig.

Veelal kleine varkensbedrijven ontstonden op met name de schrale zandgronden in Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. Ongeveer 90% van alle varkens in Nederland worden in deze vier provincies gehouden. Vele gezinnen hebben de kansen die de varkenshouderij bood met beide handen aangegrepen. De varkenssector is daarmee één van de economische pijlers in deze regio’s.

Bewogen sector
Met het geproduceerde varkensvlees zijn markten in heel Europa veroverd. In 1997 kwam aan de groei van de varkenssector een einde. Door dierziektecrises (klassieke varkenspest) en lage prijzen voor varkensvlees kwam het inkomen van varkenshouders onder druk. Daarnaast was er kritiek op de sector over dierenwelzijn en milieu.

Sindsdien is er veel gebeurd, zoals een krimp van het aantal bedrijven en varkens. Ten opzichte van 1997 waren er in 2003 3,5 miljoen varkens minder en daalde het aantal bedrijven met bijna de helft. In april 2004 waren er nog maar 11,2 miljoen varkens in ons land. Het aantal bedrijven met varkens is inmiddels verder afgenomen tot 9.980 stuks (2004).

Productie
Het speerpunt van de varkenshouderij is de productie van lekker en kwalitatief hoogwaardig varkensvlees voor de versvleesmarkt in Noordwest-Europa. Om de extra garanties naar de consument te realiseren heeft de Nederlandse varkenshouderij fors geïnvesteerd in het aanscherpen van het IKB-keurmerk. Andere stappen op weg naar duurzaamheid zijn het verder ontwikkelen van de biologische varkenshouderij en het ontplooien van vernieuwende initiatieven door groepen varkenshouders, zoals Milieukeur en streekgebonden vleesproductie.

Afzetmarkt
Nederland blijft een uitermate geschikte locatie voor de varkenshouderij. De infrastructuur en het kennisniveau in de Nederlandse varkenssector zijn goed. De in omvang grote Nederlandse levensmiddelenindustrie levert veel (bij)producten die als grondstof voor varkensvoer worden benut. En door het grote aantal koopkrachtige consumenten in de driehoek Londen, Parijs, Berlijn zijn afzetmarkten bij wijze van spreken ‘om de hoek’. Dit is uit logistiek oogpunt zeer gunstig. Door varkensvlees dicht bij afzetmarkten te produceren, kan optimaal rekening worden gehouden met consumentenwensen.

De varkenssector kent een eenvoudige productiekolom. Er is één eindproduct in de keten waar het om draai. Het varkensvleesproduct dat we in de winkel kopen. De Nederlandse varkenshouderij verdient haar brood door een zo goed mogelijk vleesproduct tot stand te brengen. Aanlsuitend bij de wensen van de consument.De productiekolom van de varkenssector begint bij de fokkerijorganisaties. Deze fokken hun eigen lijnen ofwel hun eigen rassen varkens. Het Nederlands Varkens Stamboek registreert zuivere foklijnen. Na kruising van zeugen en beren met de gewenste genetische eigenschappen worden de nakomelingen doorverkocht aan subfokbedrijven. Het subfokbedrijf fokt gelten (een zeug die nog geen biggen heeft gegeven) en verkoopt deze aan vermeerderingsbedrijven.

Vermeerderingsbedrijven produceren biggen geschikt voor de vleesproductie. Als de biggetjes geboren zijn, blijven ze vier à vijf weken bij de moederzeug. Daarna worden ze van de moeder gehaald (gespeend) en worden ze naar een andere plaats op het vermeerderingsbedrijf gebracht. Ze krijgen dan diervoeder in plaats van melk. Als de biggen 10 weken oud zijn, worden ze geleverd aan een vleesvarkensbedrijf.

Op het vleesvarkenbedrijf verblijven de varkens iets meer dan honderd dagen. De varkens groeien in die periode van 25 kilogram naar ongeveer 115 kilo. Als ze dat gewicht hebben bereikt gaan ze naar de slachterij en de uitsnijderij waar het vlees van de varkens in onderdelen wordt uitgesneden. Via de detailhandel en de slager komt het vlees tenslotte bij u thuis terecht.
Bedrijf onder de loep
Geboortediarree bij biggen
Deze maand in deze rubriek 'het probleem van biggen met geboortediarree' door dierenarts Frank Donders.
Lees verder...
Lees verder...
VGTZ aan het werk